FRNL | | NewsBibliotheekAgendaNewsletterJobsAdvertisingContact |
  
Home » News » 2021 Global Status Report for Buildings and Construction

2021 Global Status Report for Buildings and Construction



In 2015 bedroeg het totale energieverbruik voor de bouw en exploitatie van gebouwen 144 exajoules (EJ; exa = 1018; 1 EJ = 277.777.778 MWh), of 38% van de globale energieconsumptie. In 2019 was het energieverbruik verder opgeklommen tot 150 EJ, maar daalde in 2020 lichtjes tot 149 EJ of 36% van de globale energievraag. Deze geringe daling was volledig toe te schrijven aan de Covid-19 pandemie en de daaruit voortvloeiende teruggelopen economische activiteit. Volgens het door de UNEP (United Nations Environment Programme) gepubliceerde ‘2021 Global Status Report for Buildings and Construction’ zal de CO2-uitstoot veroorzaakt door gebouwen en de bouw ervan opnieuw verder blijven stijgen en zo een gevaarlijke bijdrage leveren tot de klimaatverandering.

Hoewel verleden jaar de CO2-uitstoot door gebouwen daalde tot een niveau dat sinds 2007 niet meer zo laag was, blijft het resultaat van de inspanningen om de uitstoot te verminderen zeer miniem. Alle verwachtingen gaan uit van een sterke groei van de bouwactiviteiten en daaropvolgend een risico voor een verdere toename van de CO2-uitstoot. Zo worden voor Azië en Afrika een verdubbeling van het aantal gebouwen voorspeld tegen 2050. Het globale verbruik van materialen wordt verwacht meer dan te verdubbelen tegen 2060, waarbij een derde van die toename zal toegeschreven worden aan bouwmaterialen.

“Gebouwen en de bouwsector zijn de grootste bron voor de uitstoot van broeikasgassen” benadrukt Inger Andersen, Executive Director bij het UNEP. “Het decarboniseren moet dan ook dringend worden aangepakt en wel met een drieledige strategie: het terugdringen van het energieverbruik, het beperken van de uitstoot als gevolg van de energieproductie en het aanpakken van de ecologische voetafdruk van bouwmaterialen. Enkel zo zullen we kunnen voldoen aan het ‘Akkoord van Parijs’ dat de klimaatopwarming tot maximaal 1,5°C willen intomen”.

Lichte vooruitgang, maar dat volstaat niet
Volgens de ‘Global Buildings Climate Tracker’ wordt er wel stapsgewijs verbeterd om de energie-efficiëntie van de sector op te drijven. Zo namen 90 landen in 2015 maatregelen op in hun nationale doelstellingen om gebouwen koolstofarm te maken en zo te voldoen aan het Parijse Klimaatakkoord. Vandaag is dat al voor 136 landen het geval, maar de doelstellingen en ambities variëren sterk. Vandaag hebben wereldwijd 80 landen concrete energiecodes vastgelegd voor gebouwen. De investeringen in het energie-efficiënt maken van gebouwen stegen van 129 miljard dollar in 2015 naar ruim 180 miljard dollar in 2020. Verleden jaar werden 13,9% meer gebouwen als ‘Green Building’ gecertificeerd dan in 2019.

Toch acht het rapport de vastgestelde vooruitgang onvoldoende. Zo ontbreekt het in twee derde van de landen nog steeds aan een strikte wetgeving rond koolstofarm bouwen. De geboekte vooruitgang is hoofdzakelijk toe te schrijven aan enkele Europese landen. Het rapport betreurt in het bijzonder dat er amper geïnvesteerd wordt in het verbeteren van de energieprestaties van bestaande, oudere gebouwen.

Om de voor 2050 vastgelegde ‘zero-emissions’-doelstelling te halen, moet de directe CO2-uitstoot van gebouwen tegen 2030 gehalveerd zijn. De indirecte uitstoot moet zelfs 60% omlaag. Hier gaat het dan in hoofdzaak om de energieproductie.

Conclusies
Investeringen in het efficiënter maken van gebouwen moeten verdubbelen tot meer dan 3 procent per jaar. Ze moeten ook verder gaan dan directe overheidsinvesteringen naar particuliere investeerders. Energiecodes voor gebouwen moeten een groter belang en meer inhoud krijgen. Alle landen zouden dergelijke energiecodes voor gebouwen moeten opleggen, met concreet gedefinieerde prestatienormen voor het ontwerp van gebouwen, verwarming, koeling, ventilatiesystemen en apparaten. De energiecodes moeten gekoppeld worden aan een geïntegreerde stadsplanning.

Gebouwen moeten zich beter kunnen aanpassen aan toekomstige gebruikssituaties om ze toekomstbestendiger te maken. Dat gaat zowel om een mogelijke herbestemming van de functie(s) als de veranderende klimaatomstandigheden waarin ze dan zullen gebruikt worden. Maatregelen om de klimaatimpact van bestaande gebouwen te verminderen moeten gecombineerd worden met investeringen in toekomstgerichte flexibiliteit en aanpassingsmogelijkheden.

Alle landen moeten het potentieel van de vastgoed- en bouwsector om te veranderen benutten voor het realiseren van de noodzakelijke energietransitie.
Eduard Codde
26-10-2021