FRNL | | NewsBibliotheekAgendaNewsletterJobsAdvertisingContact |
  
Home » News » De eerste Europese OCI is beschikbaar

De eerste Europese OCI is beschikbaar

Vergelijking van de factoren van de Occupancy Cost Index voor de verschillende Europese landen.
Vergelijking van de factoren van de Occupancy Cost Index voor de verschillende Europese landen.

De 'Occupiers Cost Index' werd afgelopen december voor het eerst gepubliceerd door AOS Studley. Het gaat zelfs om een dubbele primeur, want voor de eerste keer is er een tool waarmee de kantoorkosten valabel vergeleken kunnen worden tussen Europese landen onderling, maar ook omdat het de eerste index is die gepubliceerd werd op basis van de nieuwe Europese norm EN 15221. De berekening houdt rekening met de gegevens van 2.800 gebouwen (goed voor 25 miljoen vierkante meter) die meer dan tien jaar lang verzameld werden in 22 Europese landen. Resultaat: een Europees gemiddelde van 8.350 euro per VTE (voltijds equivalent), met grenswaarden die gaan van 15.000 euro voor Zwitserland tot zo'n 3.750 euro voor Hongarije.

Hoe doet België het?
Eerst en vooral willen we erop wijzen dat de index rekening houdt met drie factoren: Ruimte en Infrastructuur (kosten en investeringen met betrekking tot het gebouw), Mensen en Organisatie (kosten van de facilitaire diensten) en ICT (kosten en investeringen met betrekking tot communicatie- en informatietechnologieën). In deze analyse vertoont België hogere kosten dan elders op het gebied van lonen en lagere kosten dan elders op het gebied van vastgoed. Globaal bekeken, positioneert ons land zich met 9.170 euro per VTE net boven het Europese gemiddelde. Daarmee bevindt België zich in dezelfde categorie als Nederland en Duitsland (of iets hoger), maar is ons land duidelijk goedkoper dan Frankrijk en het Groothertogdom Luxemburg.

Waarom is er een verschil tussen de Belgische OCI en de Europese OCI? Wie aandachtig de Belgische OCI volgt die AOS Studley sinds 2006 ieder jaar publiceert, zal versteld staan van het verschil tussen deze 9.170 euro voor de ‘Europees-Belgische’ OCI en de 11.776 euro voor de ‘Belgisch-Belgische’ OCI. Hier zijn twee verklaringen voor. Ten eerste, wordt de Europese OCI berekend volgens de norm EN 15221 en niet meer volgens een eigen norm van AOS Studley. De Europese norm houdt geen rekening met bepaalde kostencategorieën, bijvoorbeeld voor externe faciliteiten. Ten tweede, verwijst de Europese OCI naar een VTE, terwijl de Belgische OCI naar een werkplek verwijst. Maar zoals u weet, beschikken steeds meer bedrijven over minder werkplekken dan VTE's. De noemer van de breuk is dus niet dezelfde.
Verwacht wordt trouwens dat de Belgische OCI in de toekomst berekend zal worden volgens de nieuwe referentie, wat vergelijkingen met voorgaande jaren moeilijker zal maken (tenzij AOS Studley beide waarden ter beschikking stelt).
Niettemin zijn de absolute cijfers minder belangrijk dan de tendensen: "Als een facility manager op zijn markt een tendens tot stijging van de OCI waarneemt en hij in zijn bedrijf erin geslaagd is om de kosten te handhaven of te doen dalen, kan hij zeggen dat hij goed werk geleverd heeft", zegt Patrick Waûters, Director Facility Management Consulting bij AOS Studley.

Is verhuizen een haalbare kaart?
Volgens Patrick Waûters zijn er maar weinig situaties waarin dat financieel interessant is. "Ja, de loonkosten voor het personeel van bedrijven voor facilitaire diensten liggen hoger in ons land", geeft hij toe. "Maar we stellen vast dat deze kosten verhoudingsgewijs vrij laag zijn in vergelijking met die van het eigen personeel van het bedrijf. Daar moet een bedrijf eerst aan denken wanneer hij zijn vestiging kiest: waar is mijn personeel? Waar zijn mijn klanten? Waar zijn mijn leveranciers? En de kosten van dienstverleningen kunnen altijd verlaagd worden door ze aan te passen aan de reële behoeften. Bijvoorbeeld door een vergaderzaal alleen maar te laten poetsen, wanneer deze ook effectief gebruikt werd, en niet omdat het poetsdag is..."
Patrick Bartholome
29-01-2013