FRNL | | NewsBibliotheekAgendaNewsletterJobsAdvertisingContact |
  
Home » News » Elektrisch rijden als niet geringe uitdaging voor de Facility Manager

Elektrisch rijden als niet geringe uitdaging voor de Facility Manager



Midden mei besliste het kernkabinet dat vanaf 2026 enkel nog elektrische bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar zullen zijn. Meer precies gaat het erom dat bedrijfswagens emissievrij moeten zijn. Bedrijfswagens met brandstofmotor (diesel, benzine) zien vanaf 2023 hun fiscale aftrekbaarheid afnemen tot nul in 2028. Lopende (lease)contracten worden niet opengebroken. Elektrisch rijden overstijgt het werkgebied van de fleet manager – tenzij deze functie geïntegreerd zit bij de Facility Manager - en brengt heel wat uitdagingen mee voor de facilitaire afdeling. Bij de transitie naar elektrisch rijden speelt de Facility Manager een sleutelrol. Hij/zij moeten het elektrisch rijden faciliteren voor de werknemers en dat zowel op het werk als thuis. De energiekost voor elektrisch rijden varieert immers zeer sterk. Algemeen wordt een kost/kW genoemd van om en rond 20 cent/kW voor bedrijven tot 75 en zelfs 90 cent/kW voor publiek (snel)laden. Wie over zonnepenalen beschikt, kan de kostprijs drukken tot 10cent/kW. Om de kostprijs voor elektrisch rijden zo voordelig mogelijk te houden is laden op het werk onontbeerlijk, aangevuld met thuis laden.

Laadinfrastructuur en energietoevoer
De Facility Manager organiseert de beschikbare parkeerfaciliteiten. Hierbij moet rekening gehouden worden met het aantal beschikbare plaatsen, het aantal elektrische auto’s, de evolutie van de transitie naar elektrische mobiliteit, het aantal en type laadpalen… Vanzelfsprekend is de elektriciteitstoevoer naar de bedrijfssite doorslaggevend voor de mogelijkheid tot het plaatsen van laadpalen, zowel in aantal als in capaciteit. Wanneer bv. 5 laadpalen met een laadcapaciteit van 11 kW gewenst zijn, dan moet best 70 kW toevoer voorzien worden. Dit is bij een driefasige toevoer en 230 V netspanning om en rond de 100A, enkel voor het elektrisch laden! Het spreekt voor zich dat een stabiele operationele werking van de bedrijfsactiviteiten steeds voorop dient te staan. Het opwekken van eigen energie via zonepanelen (fotovoltaïsch) of eventueel windkracht, is een optie die sterk in overweging moet worden genomen, voor zover haalbaar op de bedrijfssite.

Laad-management
Gezien het laden van elektrische auto’s al snel leidt tot hoge stroomsterkten, is het beheer van het laadproces aangewezen om een haalbare balans te vinden tussen laadbehoeften en beschikbare energietoevoer. Om dit mogelijk te maken is de hulp van software noodzakelijk, alsook kennis van de laadcycli van de te laden voertuigen, evenals een analyse van de gebruikersprofielen. Wat de laadcycli betreft moet men weten dat een laadpaal met een capaciteit van 11kW deze niet lineair in de batterij van de elektrische auto kan overbrengen. De batterij ‘werkt tegen’ en zal zich bij wijze van spreken verzetten tegen het laden, waardoor een deel van de energie verloren gaat in warmte. De laadcurve verloopt ook niet lineair en verschilt sterk van auto tot auto. Soms neemt de batterij het eerste uur veel energie op, om daarna veel trager verder te gaan. In andere gevallen begint het laden eerst langzaam om daarna te versnellen. Het is dus zinvol te weten hoe deze curve er in de praktijk uitziet om bv. te kunnen beslissen hoe lang een auto aan een laadpaal mag laden, alvorens plaats te moeten maken voor een collega.

Dat brengt ons bij het gebruikersprofiel. Wie een ganse dag op kantoor is kan trager laden (kleinere laadcapaciteit en dus lagere stroomsterkte) dan wie slechts enkele uren op kantoor blijft. Ook hier bestaan softwareoplossingen (desktop en apps voor smartphone) om de balans tussen laadbehoeften en energietoevoer te optimaliseren. De Facility Manager zal ook moeten zorgen voor badges, tokens of laadpassen, die het laden faciliteren op het werk, thuis en – liefst bij uitzondering – onderweg, met de daaraan verbonden verrekening van de energiekosten.

Stimulans voor laadpalen
De regering besliste midden mei om het plaatsen van laadpalen fiscaal te stimuleren. Bedrijven mogen die investering voor meer dan 100 procent van de kostprijs fiscaal aftrekken en versneld afschrijven. Er is wel een voorwaarde: de laadpalen moeten ook voor andere dan de eigen werknemers beschikbaar zijn. Dat sluit ook in dat er een mogelijkheid tot verrekening van de energieafname moet geïntegreerd zijn.

Daarmee niet genoeg: sinds 11 maart 2021 geldt in Vlaanderen de verplichting om leidingen en/of laadpunten op parkings van nieuwe of gerenoveerde gebouwen te installeren. Niet-residentiële gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen moeten minstens twee laadpunten bieden. Bovendien moet aan uitbreiding gedacht worden voor minstens een op de vier parkeerplaatsen. Hiervoor moeten al leidingen of minstens kabelgoten voor de elektrische kabels voorzien worden. Dat geldt ook voor winkelpanden.

De Vlaamse en Waalse eisen liggen verregaand gelijklopend. Brussel vaart zijn eigen koers en ambieert 11.000 laadpalen op zijn grondgebied tegen 2035.
Eduard Codde
28-05-2021