FRNL | | NewsBibliotheekAgendaNewsletterJobsAdvertisingContact |
  
Home » Internet accelerator

Internet accelerator

(foto: <a target='_blank' style='text-decoration: underline' href='https://nl.123rf.com/profile_hywards'>hywards</a> - 123RF)
(foto: hywards - 123RF)

De ‘ultra dense vectoring’-techniek laat toe om dubbel zoveel woningen aan het internet te koppelen via bestaande straatcabines en dat met een hogere snelheid dan tot nog toe het geval was. Deze oplossing, ontwikkeld in Antwerpen, is bijzonder interessant om gebieden zonder glasvezel beter digitaal te ontsluiten. De ‘ultra dense vectoring’-techniek of ‘2MX6’, is het resultaat van een samenwerking tussen de Nokia-vestiging in Antwerpen en Proximus. Samen pakken ze dan ook uit met deze wereldprimeur. De aansluitcapaciteit van straatcabines ligt momenteel op 200 woningen. Met de ‘ultra dense vectoring’-techniek stijgt dat tot 300 woningen en op termijn zelfs vierhonderd aansluitingen. Op nationaal vlak exploiteert Proximus 28.000 straatcabines (ROP - Remote Optical Platform). Wanneer de aansluitcapaciteit van zo’n ROP is opgebruikt, moet dankzij de wereldprimeur geen bijkomende cabine worden geplaatst. Bovendien ligt het stroomverbruik een stuk lager.

Goed nieuws voor de gebruikers
De maximumsnelheid voor de datatransmissie komt een pak hoger te liggen, daar de bandbreedte verdubbelt. Zo komt ook de technisch haalbare snelheid dubbel zo hoog te liggen. De exploitant kan met de bestaande infrastructuur veel meer klanten bedienen.

Sinds 2004 heeft Proximus de straatcabines via glasvezel aangesloten. Voor de afstand tot aan de woningen zijn er twee soorten netwerken. Enerzijds het nieuwe glasvezelnetwerk, dat 70% van de huishoudens moet bedienen tegen 2028; anderzijds het oude kopernetwerk, bekend als de klassieke telefoondraad, dat ook instaat voor de particuliere internetverbindingen.

De koperparen hebben technologische beperkingen. De afstand van de woning tot de straatcabine laat de internetsnelheid dalen. Dankzij de kwaliteit van het Belgisch kopernetwerk kon die snelheid de voorbije 25 jaar nog behoorlijk op peil worden gehouden. Sinds 2013 zijn dankzij vectoring-technologie downloadsnelheden tot 100Mbps mogelijk. ‘Ultra dense vectoring’ bouwt daarop verder, bijzonder goed nieuws voor wie meer afgelegen woont.

De federale regering ambieert het wegwerken van zones waar geen 100Mbps kan worden gehaald. Proximus zal de technologie vooral inzetten in gebieden waar er niet meteen plannen zijn voor een grootschalige glasvezeluitrol, zoals bv. in het Naamse Andenne.

Hoewel de trend naar Fibre-to-the-Home (FTTH) gaat, is dat in sommige gebieden nog niet voor meteen, of is de uitrol te duur in verhouding tot het aantal aansluitbare klanten. Dan is de ‘ultra dense vectoring’-techniek die in Antwerpen werd ontwikkeld een interessante tussenoplossing, waar wereldwijd een grote markt voor bestaat.
Eduard Codde
19-05-2021