FRNL | | NewsBibliotheekAgendaNewsletterJobsAdvertisingContact |
  

Denken in CO2-budget

(foto: <a href='https://nl.123rf.com/profile_melpomen'>melpomen</a> - 123RF)
(foto: melpomen - 123RF)

De klimaatopwarming is haast niet meer weg te denken uit het dagelijkse nieuws. Gezien gebouwen een stevig aandeel hebben in de totale emissies, kunnen ze ook een groot verschil maken. Het Europese BuildingLife programma benadrukt dat de CO2-impact van gebouwen verder gaat dan de uitstoot als gevolg van het energieverbruik voor verwarmen, koelen en ventileren. Ook de CO2-impact van materialen mag niet buiten beschouwing gelaten worden. Vandaag wordt nog te vaak gedacht in doelstellingen voor het verminderen van het energieverbruik, terwijl er een globaal CO2-budget voor het gebouw als doel zou moeten vooropgesteld worden. Het huidige systeem van milieuprestatie voor bouwwerken voldoet niet om de klimaatverandering te beperken. Het Europese BuildingLife wil de bouwsector motiveren om zich aan te passen zodat het objectief van het Parijse klimaatakkoord van 1,5 graden haalbaar wordt.

Er zijn betrouwbare milieugegevens nodig, die gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat iedereen op elk ogenblik duurzame keuzen kan maken. Gratis en openbaar verspreide nationale milieudatabases zijn zeer waardevol. Belangrijk is het omschakelen van reductiedoel-denken naar het denken in emissiebudgetten. Het is bekend dat we slechts een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen mogen uitstoten om binnen de vastgelegde tolerantie voor de klimaatopwarming te blijven. Er moet strikt omgegaan worden met de vastgelegde maximaal toelaatbare hoeveelheid broeikasgassen: op is op. Gaan we hiervan uit, dan is het duidelijk dat we goed doordachte keuzes moeten maken.

Materiaal- en gebruiksgebonden CO2-impact
Het reduceren van materiaalgebonden CO2-impact is relatief eenvoudig, omdat het zich voor elke producent en elk product vrij precies laat berekenen. Het terugdringen vergt doorgaans een inspanning en dat kost geld. Wanneer dat niet expliciet in de prijs zit, is dat een hindernis voor de aanvaarding. Materiaal- en gebruiksgebonden CO2-impact gaan samen en tellen zich op. Er is ook een onderlinge beïnvloeding: inspanningen om het ene te verbeteren kunnen leiden tot het verslechteren van het andere. Daarom is een integrale visie essentieel. Er is echter vandaag nog onvoldoende software beschikbaar om bij de realisatie van gebouwen de CO2-impact integraal te modelleren en te berekenen.

Toekomstige besparingen door recyclage en hergebruik van bouwmaterialen moeten een plaats krijgen in de circulariteit en er een nieuwe waarde krijgen. Vandaag bestaat er bv. in Nederland de gewoonte om die toekomstige besparingen als negatieve emissies te verrekenen in de totale milieuprestatie, wat ze echter niet zijn. Internationaal zijn er verschillen ontstaan door historische keuzes, waardoor ook verschillen in resultaten ontstaan, wat verwarring schept. Zo drukt Nederland milieulast al lange tijd uit in één totaal getal en kiest ervoor de milieubesparing door energieterugwinning via een afvalenergiecentrale anders te bereken voor bio-gebaseerde producten dan voor fossiele producten. Geen ander land gaat zo tewerk, wat verwarrende verschillen in resultaten laat zien voor bio-gebaseerde producten.

De ‘Whole Life Carbon’-aanpak van het Europese BuildingLife programma focust op het vooropstellen van een CO2-budget en dat te respecteren met als objectief ‘Paris Proof’ te bouwen of ontwikkelen.

Zie ook:
https://www.worldgbc.org/buildinglife en
https://www.euractiv.com/
Eduard Codde
13-12-2021