De toekomst van werk

Het Leuvense ‘Future of Work Lab’ publiceerde recent een studie over de toekomst van werk. Onderzoek over de toekomst van werk gaat meestal om voorspellingen over de toekomst. Het ‘Future of Work Lab’ aan de KU Leuven wil de toekomst van werk beter begrijpen door van ‘voorspellingen’ (predictions) te verschuiven naar ‘denkbeelden’ (imaginaries). Het ‘Future of Work Lab’ binnen de Faculteit Economie verricht onderzoek naar maatschappijbeelden voor de toekomst. Nicky Dries, hoogleraar Organisatiegedrag aan de KU Leuven (Work & Organisation Studies) en aan BI Norwegian Business School in Oslo (Leadership & Organizational Behaviour), heeft er de leiding.
Een vaak gepubliceerde voorspelling is dat dat 47% van de beroepen in de USA een hoog risico loopt op automatisering in de komende 10 jaar, een voorspelling die sterk focust op technologische capaciteit. Er wordt minstens gedeeltelijk de assumptie gemaakt dat wat technologisch mogelijk is ook zál gebeuren. Dat is in de geschiedenis van de mensheid nooit zo geweest: technologie vindt zichzelf niet uit, en voert zichzelf niet in. Technologische omwentelingen zijn het gevolg van een sociaal en democratisch proces, waarbij collectieve actie, maar ook collectief verzet, doorslaggevend zijn.
We staan nu aan de vooravond van de zogenaamde ‘Vierde Industriële Revolutie’, die zich zal voltrekken over een periode van 50 à 60 jaar en waarin de virtuele, fysieke, en biologische wereld met elkaar zouden versmelten (vb. de Metaverse en de Neuralink-implantaten van Elon Musk).
Optimisten, pessimisten, en sceptici
Optimisten gaan ervan uit dat technologie ons efficiënter en productiever zal maken. Optimisten zijn bijna altijd tech-entrepreneurs en -goeroes. Jobs die verdwijnen, zullen vervangen worden door nieuwe soorten jobs, dankzij nieuwe sectoren die zullen ontstaan ten gevolge van technologische vooruitgang. Mochten er niet genoeg jobs zijn voor alle mensen, moeten we misschien ons maatschappijmodel helemaal hervormen, met bv. een universeel basisinkomen.
Pessimisten - meestal journalisten en bestsellerauteurs - wijzen erop dat technologische vooruitgang, in de voorgaande industriële revoluties, steevast tot decennialange spanningen leidde tussen kapitaalbezitters en werkers. Pessimisten focussen op de sociale drama’s die gepaard gingen met voorgaande industriële revoluties en maken zich vooral zorgen over massawerkloosheid en ongelijkheid. Zij voorspellen dat kapitaalbezitters hun productiviteitswinsten zullen boeken zonder arbeidskost, als gevolg van het inzetten van robots en algoritmen die nooit ziek zijn, pauzeren of klagen.
Sceptici zetten de voorspellingen van optimisten en pessimisten weg als sciencefiction. Het zijn veelal economen die vinden dat echte problemen in het heden alle aandacht verdienen i.p.v. fantasieën over een verre toekomst. De vrije markt zal zoals steeds wel het evenwicht vinden.
Volgens hoogleraar Nicky Dries laat de toekomst zich niet objectief voorspellen, omdat ze geen vaststaand feit is, dan wel een fictie: een verzameling van conflicterende ficties die vechten om werkelijkheid te worden in de tijd.
De toekomst is maakbaar
Het Leuvense ‘Future of Work Lab’ keek verder dan wat er tegen wanneer en door wie voorspeld wordt. Het keek naar de maatschappijbeelden die schuilen achter de voorspellingen van de optimisten, pessimisten en sceptici. Nicky Dries en haar team geloven dat de toekomst niet zozeer voorspeld, dan wel gemáákt kan worden. Voorspellingen, of beter gesteld de verhalen, over de toekomst die erin slagen het meeste volgers achter zich te winnen, zullen degene zijn die over de tijd ook werkelijkheid worden.
Dat stemt tegelijkertijd hoopvol en ongerust. Hoopvol omdat de toekomst maakbaar is. Als er technologie is waarvan we vinden dat ze sociaal onwenselijk is, bv. het klonen van menselijke embryo’s, dan ho

.
.