Plug-in-hybrides zijn voor heel wat gebruikersprofielen een zinvolle keuze, omdat er geen laadstress aan te pas komt. Heel wat bedrijven bestelden dan ook voor eind 2022 en tenslotte voor 1/07/2023 nog dergelijke auto’s omdat de geldende autofiscaliteit ze daarna oninteressant zou maken. Nu is er toch een lichtpunt opgedoken… Voor plug-in-hybrides die na de 1 juli 2023 besteld worden geldt een gelijkstelling met elektrische wagens (BEV of waterstof) voor wat de CO2-bijdragen betreft. Dit werd door de RSZ ook officieel bevestigd via een tussentijdse RSZ-instructie 2023-2. Tot eind juni werd juist de CO2-bijdrage als boosdoener afgeschilderd, omdat deze de komende maanden en jaren snel zou toenemen, tot zelfs meer dan vervijfvoudigen in 2027!
PHEV’s die na 1 juli 2023 worden besteld zullen voor wat de CO2-bijdrage betreft de volgende jaren, in principe zelfs tot 2031 volgens de actuele autofiscaliteit, aan een (geïndexeerd) minimum worden belast. Vanzelfsprekend moeten de nu bestelde PHEV’s minder dan 50g CO2 per kilometer uitstoten, maar dat is vrijwel voor alle modellen het geval. De keuzelijst met PHEV’s die een elektrisch rijbereik van rond de 100km en zelfs iets meer hebben, wordt ook alsmaar groter, wat nogmaals de volgens WLTP gespecificeerde CO2 uitstoot omlaag drukt.
Doordat de CO2-bijdrage nu ongeacht de CO2-uitstoot (in zover < 50g/100km) 100% aftrekbaar is, verdienen PHEV’s opnieuw hun plaats in de keuzelijsten van car policy’s. Dat betekent echter nog niet dat PHEV’s en EV’s fiscaal gelijk behandeld worden. Hun fiscale aftrekbaarheid daalt immers stapsgewijs vanaf 2025. Waar deze fiscale aftrekbaarheid vandaag nog schommelt tussen de 96,3 % en zelfs 100%, wordt dat vanaf 2025 nog maximaal 75% om vanaf 2028 volledig tot 0% te worden herleid.
Ook niet te vergeten is de fiscale aftrekbaarheid voor de brandstof: 50%. De geladen elektrische energie is wel 100% aftrekbaar. Naast de voordelen van een PHEV is er het nadeel dat de gebruiker gemotiveerd moet worden om er maximaal elektrisch mee te rijden en blijft voor de Facility/Fleet/Mobility Manager ook de zorg om de nodige laadinfrastructuur te voorzien, op het werk en/of bij de werknemers thuis.
Formule solidariteitsbijdrage
Diesel & PHEV diesel: [(CO₂ g/km x 9 EUR) – 600] / 12 x 1,5046 x 2,25
Benzine, full hybride & PHEV benzine: [(CO₂ g/km x 9 EUR) – 768] / 12 x 1,5046 x 2,25
Zero emissie voertuigen (EV, waterstof): geïndexeerde minimum bijdrage van 31,34 EUR tot eind dit jaar
TCO blijft onmisbare leidraad
De TCO (Total Cost of Ownership) is voor Facility/Fleet Managers het best hanteerbare instrument voor het vergelijken van auto’s. In het streven naar een zo nauwkeurig mogelijke berekening van de kosten voor een bedrijfswagen is het nodig zoveel mogelijk componenten mee te nemen in die TCO. We onderscheiden:
TCO1
Maandelijkse kostprijs voor operationele leasing
Verbruik brandstof (elektriciteit)
CO2-bijdrage
Niet-recupereerbare BTW
= directe cash-out voor de organisatie.
TCO2
TCO1
+ verworpen uitgaven
VAA-bijdrage door de werkgever
TCO3
TCO1
+ verworpen uitgaven
+/- vermeden bedrijfsbelasting als gevolg van uitgaven voertuig
= taks effect voor de organisatie.
Naast TCO duikt ook het begrip Total Cost of Mobility (TCM) op. TCM gaat nog verder dan TCO3, het neemt alle kosten die de werkgever betaalt in aanmerking. Dat gaat over administratieve kosten, gebruikskosten als parkeergelden en carwash, laadinfrastructuur op bedrijfssite en/of thuis bij EV’s, franchise bij schade, schadevergoeding bij einde leasecontract, enz.