Circulariteit van kantoormeubilair bevorderen
Dit CEO-project kreeg steun van de EU in het kader van het Interreg North Sea programma en groepeerde partners uit zes landen (Zweden, Denemarken, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk), waar pilootprojecten werden opgezet. Het project liep af in mei 2026 en de resultaten werden voorgesteld op een studienamiddag in Brussel.
Zeven pilootprojecten
In België sloegen Vlaanderen Circulair (OVAM), Wood.be, Kringwinkel Antwerpen en Onbetaalbaar de handen in elkaar om een modulaire meubelcollectie te ontwerpen op basis van circulaire principes en materiaal. Tegelijk werd onderzocht hoe men de aanvaarding van circulair meubilair kon verhogen.
In Nederland ging de Stad Utrecht na hoe men het bestaande meubilair maximaal kon hergebruiken in een nieuwe context. De stadsdiensten worden namelijk grondig gereorganiseerd in functie van nieuwe werkvormen. Het is de bedoeling om deze hervorming door te voeren met een minimum aan aankoop van nieuw materiaal.
Eveneens in Nederland was er een project van de ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland en het kenniscentrum Enschede Textielstad om textiel voor meubels op een meer circulaire manier te produceren.
In Denemarken zette de Stad Kopenhagen in samenwerking met lokale partners een distributiecentrum en webshop voor tweedehands kantoormeubilair op. Op deze manier werden de vele meubels gevaloriseerd, die anders in diverse magazijnen blijven zitten.
In Hamburg (Duitsland) was er een vergelijkbaar initiatief in de vorm van een pop up hub om tweedehands kantoormeubilair in te zamelen en af te halen. De respons bewees dat er heel wat potentieel onbenut blijft. Dit project werd gedragen door kenniscentrum HiiCCE en Indeed Innovation.
Het project in Malmö (Zweden) was eveneens een initiatief van de stadsdiensten die ernaar streefden om zoveel mogelijk meubilair tweedehands aan te kopen.
Iets gelijkaardigs gebeurde in het Noord-Franse Pévèle-Carembault waar een nieuw stadskantoor met 130 werkplekken en 21 vergaderzalen volledig circulair werd uitgerust. Dit werd ondersteund door FCBA, een kenniscentrum in houtbewerking en meubilair.
Gidsen en hulpmiddelen
In het kader van het project werden diverse gidsen en hulpmiddelen ontwikkeld, onder meer qua ontwerp, regelgeving en mogelijke verdienmodellen. Wie wil weten waar zijn organisatie staat op de weg naar meer circulariteit, kan gebruik maken van de online CMI-tool. Dat staat voor Circular Maturity Indicator en geeft aan de hand van een vragenlijst weer in welke mate circulariteit nu al wordt toegepast voor kantoormeubels. Op basis daarvan kan de organisatie dan een aangepaste strategie ontwikkelen.
Daarbij stelt zich natuurlijk de vraag: wat is circulariteit? Is dit het hergebruiken van bestaand meubilair, dan wel aanpassen of repareren, of slaat het op het recycleren van de grondstoffen, of misschien een combinatie van een of meer aspecten? Om die afweging te kunnen maken is er de ladder van de R-strategieën, die de verschillende aanpakken rangschikt op basis van hun klimaatimpact. Hoe hoger op de ladder, hoe beter voor het klimaat. Re-use (hergebruik) staat daarbij verschillende stappen hoger dan Recycle. In deze optiek is recyclage eerder een laatste redmiddel, en geen uitgangspunt.
Onbekend is onbemind
Een belangrijke conclusie van de pilootprojecten was dat de mogelijkheden van hergebruik van kantoormeubilair nog te veel onbekend zijn. Elke grote organisatie zit op een berg van oud meubilair dat verkommert in opslagplaatsen en rommelzolders. Er is weinig zicht wat er beschikbaar is en wat daarvan nog bruikbaar is. Aankopers gaan er ook standaard van uit dat noden het best worden opgevuld door nieuw materiaal, zonder eerst te kijken wat er voorradig is, en of dat -eventueel opgefrist en gerepareerd- opnieuw gebruikt kan worden. Het vooroordeel leeft dat oud meubilair per definitie lelijk en minder functioneel is. Uit praktijktesten blijkt dat veel meubilair wordt weggegooid nog voor het einde van de levensduur bereikt is. Meestal zijn relatief beperkte slijtage of gebruikssporen al voldoende om het meubel naar de vuilnisbelt te verwijzen. Door die stukken naar een reparatie-atelier te brengen, kan men ze echter een nieuw leven geven.
Pas als men systematisch gaat zoeken, wordt duidelijk hoe groot het potentieel voor hergebruik werkelijk is. Voor de organisatie heeft dit het voordeel dat men zo de eigen assets beter kan benutten, ofwel door ze zelf te gebruiken, ofwel door ze te verkopen of te leasen. Enkele verhuis- en opruimfirma’s hebben hier zelfs een verdienmodel van gemaakt. Ze hebben per definitie een goed zicht op de noden van organisaties die nieuwe kantoren betrekken, en ze zitten aan de bron als het op overtollig materiaal aankomt. Zo kunnen ze meubilair valoriseren dat anders in het vuilnis zou terechtkomen. Men kan in dit verband ook denken aan leasingformules, waarbij gespecialiseerde firma’s een park aan meubilair beheren. In dat scenario hebben ze er alle belang bij dat alle stukken zo veel en zo lang mogelijk benut worden.
Het CEO project wil ertoe bijdragen om de mogelijkheden beter bekend te maken.
Door Alex Baumans - foto's CEO Project