Facility Awards: VITO - het labo dat meebeweegt met onderzoek
Wat maakt dit project zo bijzonder? Volgens projectverantwoordelijke Pieter-Jan Haest (36) zit het antwoord in de combinatie van complexiteit, flexibiliteit en visie. “Het is een technisch en heel complex project. Het is grotendeels een labogebouw, wat iets helemaal anders is dan een kantoor. De technieken spelen hier een bepalende rol.”
VITO koos dan ook voor een bouwteamformule met architect en aannemer. De interne technische dienst, zo’n twintig mensen, trok het project. Pieter-Jan Haest werd vier jaar geleden specifiek aangeworven om dit traject te leiden. De bouwkundig ingenieur bracht een pak ervaring mee uit de aannemerswereld, onder meer bij de BESIX Group. Hij startte er zijn carrière op de calculatieafdeling. “Daar leerde ik de prijzen bepalen van een project om opdrachten binnen te halen. Daarna was ik actief op verschillende werven, zoals de R4 Zuid, de sluiting van de ringweg in Gent. Dat ging vooral over bruggen en wegen.” Na twee jaar trok Haest naar Besix Nederland, om er de ringweg rond Landgraaf en andere dorpjes te realiseren. Na vijf jaar ging hij doen waarvoor hij aan de KU Leuven had gestudeerd, namelijk bouwkundige werken zoals de Terraced Tower in Rotterdam. Dat is een gebouw van 100 meter hoog met 340 appartementen. “Ik werkte vooral langs de ontwerpkant, en moest zorgen voor uitvoeringsklare documenten. De uitvoering gebeurde aansluitend door collega’s. Werken tegen de deadline die de aannemer moest halen, was heel uitdagend.” Terug in België, werd Haest eindverantwoordelijke van de eyecatcher ‘Louise-Marie’, naast de Singel van Antwerpen, op het terrein van het vroegere kinderziekenhuis Louise-Marie. Vanhout, dochterbedrijf van Besix, in Geel bouwde er 207 appartementen. Het project werd in 2022 opgeleverd. Dan maakte hij de overstap naar VITO.
Stap voor stap
“Wat ontbrak bij VITO, was ervaring met nieuwbouw op deze schaal. Het labo is 13.500 m² groot. En dan is er nog de piloothal van ongeveer 1.800 m² waar je pilootopstellingen van bepaalde ontwikkelingen op grotere schaal dan in het labo kan testen”, legt hij uit. “Dat vraagt niet alleen ruimte, maar ook zware technische voorzieningen: aangepaste ventilatie, specifieke gassen, variabele elektriciteitsvermogens, enz. We zijn gestart van een blanco blad. Contractvorming, financiering, fasering, technische keuzes: alles hebben we stap voor stap opgebouwd.” Die aanpak wierp vruchten af. Het project werd opgeleverd binnen de timing van 2,5 jaar, en het budget van zo’n 65 miljoen euro. Al op zijn eerste werkdag op 15 januari 2022 vond meteen het eerste overlegmoment met de architect plaats. De verhuizing is op dit moment volop bezig en moet tegen juni afgerond zijn.
Van verouderde gebouwen naar toekomstbestendig ontwerp
“Met het bouwteam hebben wij gekeken hoe wij het project tot een zo goed mogelijk kwalitatief eindresultaat konden brengen. De gebouwen waarin we nu zitten met VITO zijn grotendeels een restant van de samenwerking met het nucleair onderzoekscentrum SCK-CEN. Tot 1991 vormden SCK-CEN en VITO één bedrijf. Door de regionalisering van de onderzoekscentra is VITO Vlaams geworden. Als nucleair centrum bleef SCK-CEN federaal. Dat betekende tegelijkertijd dat toen het duurzaam onderzoek losgekoppeld werd van het nucleaire onderzoek. Die gebouwen dateren echter van de jaren ‘50 en ‘60 met een wirwar aan technieken en lenen zich niet meer tot de nieuwe technologieën en infrastructuur die je vandaag nodig hebt om aan duurzaam onderzoek te doen. We botsten op limieten. Als je toonaangevend wil zijn in je domein, dan moet de infrastructuur dat ook uitstralen en er zich toe lenen.”
Enerzijds was er uitbreiding in bepaalde domeinen en bepaalde onderzoeken, maar binnen één en dezelfde unit bleek er ook een heel grote verscheidenheid van onderzoekers en teams. “Die connecteerden niet meer in de verouderde gebouwen. Met het nieuwe gebouw hebben we getracht om die connecties tussen de verschillende teams te herstellen, om aan kruisbestuiving te doen, transversaal en binnen de teams. Zo zijn er bepaalde zones in het gebouw waar medewerkers elkaar spontaan tegenkomen, wat nodig is om te creëren, en waardoor ze heel aangenaam kunnen samenwerken.”
Slim ontwerp, geen dure franje
VITO verhoogde zo, ondanks het behoud van kantooroppervlakte, de capaciteit met 60 procent. Medewerkers kregen meer keuze in werkplekken en werden meegenomen in een nieuw verhaal rond flexibel werken. “De echte complexiteit zit echter niet in de werkplekken, maar in de labo-infrastructuur, het is daar dat we ons onderscheiden”, zegt Haest.
Een belangrijk instrument daarbij was GRO, de Vlaamse duurzaamheidsmeter voor gebouwen. “We hebben die tool gebruikt om via slim ontwerp kwaliteit te verhogen zonder extra budget”, legt Haest uit. “Door ontwerpkeuzes slim te maken, krijg je automatisch een efficiënter en kwalitatiever gebouw.”
Dat was ook nodig, want de grootste uitdaging zat in de toekomstgerichtheid. Een onderzoekscyclus bij VITO duurt vijf tot tien jaar. Daarna kunnen noden volledig veranderen. Andere gassen, zwaardere installaties, meer of minder afzuiging, andere vermogens. “Om de vijf à tien jaar kan de inrichting van een zone compleet wijzigen. Daar moet je op anticiperen.”
Plug and play voor technieken
Het gebouw werd opgevat als drie grote plateaus in ruwbouw, verdeeld over 2 vleugels, met overspanningen van gevel tot gevel. Binnenmuren zijn licht en aanpasbaar. De technische infrastructuur fungeert als een backbone, vergelijkbaar met snelwegen waarop labo’s kunnen aantakken.
Haest: “We hebben het gebouw plug and play gemaakt. De hoofdleidingen voor elektriciteit, gassen en ventilatie zijn zo opgezet dat je vermogens relatief eenvoudig kan verplaatsen. Als die tien meter opschuift, moet je niet het hele systeem herdenken.” Die denkoefeningen, samen met de nauwe samenwerking tussen interne specialisten en externe partners, vormen volgens hem een belangrijke reden voor de nominatie.
Impact en erkenning
“Deze nominatie is sowieso een erkenning voor alle inspanningen”, benadrukt Haest. “Niet alleen voor het onderzoek, maar ook voor de facilitaire omkadering. We willen tonen dat we als onderzoeksinstelling wereldspeler zijn. De infrastructuur moet dat ondersteunen.”
Ook voor de technische dienst is de nominatie belangrijk. “Medewerkers die jarenlang focusten op het in stand houden van het patrimonium, stapten mee in een ambitieus nieuwbouwverhaal. Hun praktijkkennis bleek cruciaal bij het bepalen van flexibiliteit en marges. Het was geen evident traject. Maar we hebben laten zien dat we als organisatie op korte tijd een complexe, toekomstgerichte infrastructuur kunnen neerzetten. Dat is iets waarop we trots mogen zijn.”
De verhuis is nog volop bezig en moet tegen 4 juni een feit zijn. Het is dus te vroeg om harde cijfers te plakken op de impact van het nieuwe plug and play-labogebouw. Maar de eerste reacties zijn positief. Medewerkers die al verhuisden, ervaren het gebouw als aangenamer, logischer en inspirerender.
Foto's: VITO