27/03/2026

Mobiliteitsbudget nu voorbereiden

Het mobiliteitsbudget is op zich niet nieuw, want al in 2019 in het leven geroepen, maar de nieuwe inhoud volgens het federaal regeerakkoord 2025-2029 is belangrijk nieuws bij de aanvang van het jaar. Na heel wat vertragingen, die de invoering per 1 januari dwarsboomden, is er dan toch wat meer duidelijkheid.

Eduard
Coddé

Het mobiliteitsbudget blijft nog steeds gekoppeld aan de voorwaarde dat een werknemer vanuit zijn/haar functie recht heeft op een bedrijfswagen. De werknemer moet bovendien al minstens 36 maanden een bedrijfswagen ter beschikking hebben gehad.
Nieuw is dat het mobiliteitsbudget vanaf 1 januari 2027 een verplichting is voor werkgevers met meer dan 50 werknemers, al dan niet met een bedrijfswagen. Een jaar later geldt dat ook voor KMO’s met minstens 15 werknemers. Kleinere ondernemingen zijn niet verplicht, maar kunnen wel een mobiliteitsbudget voorstellen.
Voor de waardebepaling wordt de TCO (Total Cost of Ownership) van de bedrijfswagen gehanteerd. Hierin zitten de leasing, onderhoud, verzekering, brandstof enz. De waarde wordt geplafonneerd op maximaal 20% van het brutoloon met een absolute waarde van 17.245 euro (geïndexeerd). Anderzijds is er ook een ondergrens, vastgelegd op 3.233 euro.

De 3 pijlers

De waarde van het mobiliteitsbudget mag vrij besteed worden over 3 pijlers:

  1. Pijler 1: een milieuvriendelijke auto, wat vanaf dit jaar nog uitsluitend elektrische auto’s toelaat.
  2. Pijler 2: duurzame vervoermiddelen en -diensten. De aankoop, huur, lease en onderhoud van een (elektrische) fiets, pedelec, step, tot zelfs elektrische micro car. Vanzelfsprekend ook vervoersbewijzen en abonnementen voor het openbaar vervoer, zelf te gebruiken of door inwonende gezinsleden. Deelmobiliteit als deelauto’s en fietsen, taxi’s tot huurauto's met chauffeur. Huishuur of hypothecaire leningen voor zover woonachtig binnen een straal van10 km (in vogelvlucht) van de werkplek.
  3. Pijler 3: een restsaldo aan het eind van het jaar, waarop een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% geldt.

Mobiliteitsplan of cafetariaplan

Hoewel verschillend, kunnen beide perfect naast elkaar bestaan. Het mobiliteitsbudget beoogt vooral het verminderen van het aantal bedrijfswagens, door ze in te ruilen voor een door de werknemer vrij te besteden budget.
Bij een cafetariaplan stelt de werkgever een keuzemenu van (extralegale) voordelen op waaruit de werknemer kan kiezen. Eén van de keuzeopties is mobiliteit. Het budget voor een cafetariaplan is een deel van het brutoloon (bonus of 13e maand).
Los van de wettelijke verplichting en de schaalgrootte van een bedrijf, is het mobiliteitsbudget een niet te missen troef in de aanhoudende ‘war for talent’, het doorslaggevende argument dat een geschikte kandidaat over de streep trekt.

In stijgende lijn

Het voorbije jaar is het aantal werkgevers dat hun werknemers een mobiliteitsbudget aanbiedt, met liefst 31% gestegen. Het gaat dan vooral om bedrijven die vanaf dit jaar sowieso verplicht zijn werk te maken van een mobiliteitsbudget, stelt HR-specialist Acerta vast. Bij deze bedrijven is dat nu al bij 12,7% het geval, of +6% t.o.v. 2024.
Groene mobiliteit – pijler 2 – is de meest populaire keuze bij werknemers die al een mobiliteitsbudget genieten, een stijging met 22% t.o.v. het jaar voordien. Cash uitbetaling – pijler 3 – verloor -12% aan populariteit. En… de auto boet amper in, want slechts iets meer dan 4% van wie mag kiezen, opteert voor het mobiliteitsbudget i.p.v. een bedrijfswagen!