24/06/2026

Reduce, reuse, recycle: naar een circulair facility management

Over circulair bouwen en de circulaire economie heeft inmiddels iedereen wel al eens gehoord. Waar enkele jaren geleden enkel de echte believers nog in circulariteit investeerden, groeit stilaan het bewustzijn dat we zowel vanuit ecologisch als economisch standpunt best wat slimmer met grondstoffen en materialen omgaan. De facility manager kan daarin een belangrijke rol spelen. Tijdens haar jaarlijkse toolevent reikte belfa daarvoor alvast een aantal stevige handvaten aan.

belfacirculair
Katrien Dauwe en Kevin Van De Casteele illustreerden hoe Renewi EcoSmart optreedt als circulaire verbinder en bedrijven begeleidt richting een minimale restafvalfractie.

De R-ladder vormde de impliciete leidraad van het belfa toolevent op 22 april. Die ladder rangschikt verschillende strategieën om met grondstoffen en materialen om te gaan en doet dit in functie van toenemend waardebehoud. Helemaal bovenaan staan zaken zoals Refuse (producten overbodig maken), Reduce (minder verbruiken) en Reuse (producten hergebruiken); meer gekende methodes zoals Recycle en Recover staan onderaan. Vijf bedrijven lichtten tijdens het evenement toe hoe vooral die hoogst gerankte strategieën toegepast kunnen worden op facility management - van laaghangend fruit tot integrale aanpak - en welke meerwaarde daarmee gegenereerd kan worden voor zowel het milieu als de onderneming en werknemer.

Furniture as a service

Alexia Thierie van Live Light opende met de vraag wat er met ons meubilair gebeurt wanneer het niet langer aansluit bij de noden van het bedrijf. Wat als de huisstijl verandert? Het bedrijf groeit, krimpt of verhuist? Is huren dan geen betere optie? Aan de hand van het Circular economy systems diagram van de Ellen MacArthur Foundation illustreerde Thiery hoe een huurmodel zoals het Furniture-as-a-Service-principe van Live Light niet alleen op operationeel niveau, maar ook op vlak van circulariteit een belangrijke meerwaarde kan bieden. “Bedrijven kunnen hun meubelbestand flexibel aan hun noden aanpassen, maar ondertussen worden de meubels wel keer op keer opnieuw ingezet (Reuse), onderhouden en opgeknapt (Refurbish). Zo blijven ze uiteindelijk veel langer in gebruik. Vertegenwoordigt de aankoop van een bureau, uitgaande van een gebruiksperiode van 28 jaar, bij wijze van voorbeeld 13 kg CO2e/jaar, dan zal die jaarlijkse uitstoot bij verhuur omwille van de langere levensduur gemiddeld een derde lager liggen.”

Duurzaam meubelbeheer

Ook Jérémy Van Mullem vindt dat bedrijven en facility managers best wat meer mogen stilstaan bij de impact van hun kantoormeubilair. In België komen jaarlijks immers ongeveer 1 miljoen kantoormeubelen op de afvalberg terecht. In Europa gaat het om maar liefst 42 miljoen objecten, met een gemiddelde levensduur van amper 7 jaar. Door bedrijven bij hun verhuis- of herinrichtingsprojecten te ondersteunen en het bestaande meubilair te herhuisvesten (Reuse), tracht het B Corp-gecertificeerde Relieve Furniture die tendens om te keren. Al begint het volgens Van Mullem eigenlijk bij een goed beheer. “Opvallend is dat geen enkel bedrijf precies lijkt te weten hoeveel meubels ze hebben, waar die staan en in welke staat ze zijn. Een van onze klanten dacht dat het totaal op 10.000 stuks lag; in realiteit waren het er 80.000.” Als oorzaak ziet Van Mullem onder meer de gewoonte om assets onder de 1.000 euro niet op te volgen. “Als je alles optelt, zit je nochtans op een enorm, onzichtbaar kapitaal. Bovendien is het gevolg van die onwetendheid dat er vaak onnodig nieuwe meubels aangekocht worden. Door meubilair bijvoorbeeld via onze digitale tool te gaan beheren, kan je zo’n aankopen relatief eenvoudig vermijden (Reduce).”

belfacirculair
Bart Coone van MEMO Koncept betoogde dat duurzaamheid en circulariteit een hefboom kunnen zijn om aan de uitdagingen van FM tegemoet te komen.

Tweede leven voor tapijttegels

Er zijn in een kantoorgebouw nog wel wat elementen die té snel op de afvalberg belanden. Neem nu tapijttegels. “Afhankelijk van hun locatie, worden sommige tegels heel intensief en andere net helemaal niet belast”, vertelde Wim Nijsten van Composil, gespecialiseerd in reiniging en onderhoud van tapijttegels. “Toch belanden ze bij renovatieprojecten meestal integraal in de vuilnisbak. Als je weet dat er voor elke vierkante meter tapijt gemiddeld 5 kg geraffineerde olie nodig is, dan is dat wel heel jammer.” Een gedegen onderhoud van tapijttegels is een eerste stap om de levensduur te verlengen, maar daarnaast zet Composil bij uitbraak- en renovatieprojecten ook steeds meer in op hergebruik (Reuse). “Bij Engie verwijderden we bijna 23.000 m2 tapijttegels. Daarvan werd ongeveer de helft na reiniging opnieuw on site gebruikt, goed voor een besparing van 220 ton CO2. Al hoeven de tegels niet noodzakelijk in hetzelfde gebouw gebruikt te worden. Van de 1.690 m2 die we bij OVAM uitbraken, werd ruim 1.000 m2 via ons netwerk opnieuw verkocht.”

Holistische blik op duurzame kantoorinrichting

Bart Coone van MEMO Koncept startte zijn betoog vanuit de globale uitdagingen van de facility manager: het streven naar een comfortabel, veilig, efficiënt, duurzaam en betaalbaar kantoor dat in lijn is met alle regelgevingen, ESG-doelstellingen en rapporteringsverplichtingen. Hoe dat gerealiseerd kan worden? Met duurzaamheid en circulariteit als hefboom, zo poneerde hij. “Door te vertrekken vanuit de ESG-principes leveren we kantoren af die aan al die uitdagingen het hoofd kunnen bieden. Zonder dan we daarvoor op andere vlakken een stap achteruit moeten zetten.” De aanpak van MEMO Koncept start typisch met een bevraging van het personeel voor een zo correct en concreet mogelijke behoefte-analyse. Daarna gaat de focus naar tijdloos design, efficiënte HVAC-systemen, akoestiek en licht, de inventarisatie en studie van het bestaande materiaal en de coördinatie van gespecialiseerde partners. “Op het einde van de rit maken we voor het doorlopen traject een Workspace ESG Impact Report dat aantoont wat we precies gerealiseerd hebben en de link kan leggen naar onder meer EcoVadis en CSRD.”

Zero waste kantooromgeving

Katrien Dauwe en Kevin Van De Casteele van Renewi legden de nadruk tijdens hun presentatie uitdrukkelijk op de hoogste trede van de R-ladder: Refuse. Hoewel Renewi traditioneel vooral gekend staat als afvalophaler, illustreerden Dauwe en Van De Casteele hoe Renewi EcoSmart optreedt als circulaire verbinder en bedrijven begeleidt richting een restafvalfractie die niet groter is dan één kleine pruimpit per persoon per dag. “Het is een heel ambitieus project”, geeft Van De Casteele toe. “Vooralsnog zijn het vooral bedrijven met een intrinsieke ambitie en voldoende budget die hierop intekenen, maar dat betekent uiteraard niet dat andere bedrijven geen stappen kunnen zetten.” Twee aspecten zijn volgens de Renewi-experten in ieder geval onmisbaar om resultaat te boeken: data en betrokkenheid. “Alles start met een duidelijke nulmeting. Niet aan de container, maar intern. Om acties te kunnen opzetten, moet je precies weten waar het restafval vandaan komt en welke factoren aan de oorsprong liggen. Vervolgens moet je ervoor zorgen dat die acties en ambities door iedereen in de organisatie gedragen worden. Dat betekent de juiste incentives vinden, communiceren en hercommuniceren. Ownership is echt dé sleutel tot duurzaam succes.”

Tekst Elise Noyez – Foto’s belfa